Vogels hebben wormen of ze hebben ze niet. Om hier achter te komen is er maar een manier en dat is regelmatig de ontlasting van verschillende vogels na te laten kijken. Of het nu een huiskamervogel betreft of het bestand van een kweker elke vogel kan wormen bij zich dragen.

 

SOORTEN WORMEN BIJ KROMSNAVELS:

 

De wormen worden verdeeld in 3 soorten te weten:

  • Rondwormen       : ook wel nematoden genoemd
  • Platwormen          : ook wel trematoden genoemd bijv het darmbotje bij duiven. Of de lintwormen  (cestoden) die we nog wel  bij importvogels en insecteneters aan kunnen treffen.                                      

 

I.   RONDWORMEN:

De meest voorkomende en bekendste wormen bij kromsnavels zijn wel de rondwormen. Zoals de naam al zegt zijn het ronde wormen welke in lengte kunnen variëren van enkele mm tot wel 6  centimeter. Ronde wormen kunnen we in alle delen van de vogel  aantreffen. Voornamelijk vinden we ze echter in de darmen, maag en krop.

We onderscheiden 2 belangrijke soorten te weten

                Spoelwormen (Ascaridia)

                Haarwormen (Capillaria)

 

SPOELWORMEN, (ASCARIDIA)

Spoelwormen zijn dunne vrij lange wormen 2-6 cm lang en hebben een wit-roze of gelige  kleur. De volwassen spoelwormen leven vooral in de dunne darm, maar bij een ernstige infectie kun je ze ook aantreffen in krop, magen en blinde darm van de vogel waar ze mee eten  (parasiteren)  van het al gedeeltelijk verteerde voedsel en het darmslijmvlies. Ze kunnen daarnaast bepaalde prikkelingen veroorzaken waardoor het voedsel in de vogel juist minder goed verteerd en kunnen er voor zorgen, mede door aantasting van het darmslijmvlies, dat de vogels minder voedsel en vitaminen op kunnen nemen en dus  zwakker worden.

Vogels die besmet zijn met spoelwormen gaan vaak in het begin meer eten maar vallen toch af. Je ziet ze  achteruit gaan  in conditie, we zien het borstbeen scherper worden, de vogels gaan dik zitten krijgen diarree, soms met bloed erbij, en kunnen uiteindelijk sterven niet alleen door uitputting maar  vaak ook doordat de darmen verstopt raken door de grote hoeveelheid wormen die afgedreven worden.


Cyclus van de spoelworm:

Een  vrouwelijke spoelworm in de vogel kan 1200 tot 1500 bevruchtte  wormeieren produceren welke regelmatig in de darminhoud worden vrijgelaten. De eieren worden  met de ontlasting uitgescheiden. Zo kan 1 gram ontlasting al duizenden eitjes bevatten.  Buiten het lichaam van de vogel kunnen deze eitjes lange tijd in ruste blijven. Ze zijn erg weerbestendig door hun dikke  wand en zijn daardoor goed beschermd tegen warmte, zonlicht, uitdroging, koude en desinfectie middelen. Zo kunnen zij jarenlang  buiten de vogel overleven. Als de omstandigheden gunstig  worden, een niet te lage temperatuur en een voldoende hoog vochtgehalte, ontwikkelt zich binnen het wormeitje  binnen 10-14 dagen een larfje. Wordt zo’n eitje  weer door de vogel opgenomen, dan komt het larfje  na enkele dagen uit het eitje en boort zich vast in de darmwand van de vogel, waarbij de darmwand  beschadigt wordt  met   risico’s van bloedingen, vermageren, verzwakken etc.

Na verloop van tijd wordt dit larfje volwassen, raakt los van de darmwand en komt als een volwassen worm in het darmkanaal van de vogel te zitten waar het  kan parasiteren en de vrouwtjes opnieuw eitjes gaan leggen.

Soms kun je wel eens bij toeval enkele wormpjes vinden in bijv. een drinkbakje, immers volwassen spoelwormen zijn met het blote oog zichtbaar, bij een ernstige besmetting zie je ze wel eens als dunne ”spaghetti slierten”,  maar meestal vallen deze toch niet op. Er is dan ook maar een goede  manier om er achter te komen of je vogels besmet zijn met wormen en dat is d.m.v. faeces onderzoek

Spoelwormeieren hebben een gladde dikke wand, zijn  ovaal vormig en bevatten een grote eicel

 

HAARWORMEN (CAPILLARIA):

Haarwormen zijn net zoals de spoelworm ronde wormen. Ze zijn alleen veel kleiner (tot 1 cm) en zoals de naam al zegt dunner (0,3 mm) dan de spoelworm. Deze wormen zijn nauwelijks of niet met het blote oog te zien. De haarwormen hechten zich vast in het slijmvlies van de krop of de darm  waabij ze beschadigingen aanrichten waardoor de vogel sneller ziek kan worden. Je ziet  bij deze vogels vaak een ernstige darmontsteking met  bloederige diarree.  De vogels worden zwakker, krijgen bloedarmoede en ook is het niet ondenkbaar  dat ze er door alle beschadigingen,  een secundaire bacteriële infectie bij kunnen krijgen. Ook zien we deze vogels vaker braken.

Ook deze wormen produceren, net zoals de spoelwormen, duizenden eitjes welke  via de ontlasting mee naar buiten komen. Ze rijpen sneller dan de eitjes van de spoelworm en na 1 week kunnen de vogels zich al herbesmetten via bijv. opgedroogde ontlasting, het drinkwater maar ook doordat eitjes hechten aan stof deeltjes en zo zwevend ergens terecht gekomen zijn. Denk hierbij bijv. aan  takjes of twijgjes wilgenhout die we onze vogels geven.

Capillaria eieren zijn te herkennen aan hun typische “poolproppen”verder zijn ze ook ovaal van vorm

Verspreiding:

De verspreiding van spoel en haarwormen verloopt via de ontlasting van de vogel. Bij gunstige omstandigheden (Vocht en temp) “rijpen”deze eitjes in de omgeving. De eitjes worden via allerlei wegen verspreid denk aan voedsel wat met ontlasting in aanraking is gekomen, ontlasting die aan je schoenen is blijven hangen als  je van de ene naar de andere kooi loopt, bodembedekking, gras, maar ook takjes, drinkwater, en zelfs zwevend door de lucht kunnen wormeitjes overal terecht komen.

De grootste besmetting vind echter  plaats via, vuile zitstokken en bodembedekking daarom hebben  vogels die veel op de grond zitten, denk aan kaketoes, een grotere kans om besmet te raken. Ook bij Australische parkieten zien we regelmatig wormbesmettingen.

 

Ziekteverschijnselen

  •  Verstoorde spijsvertering
  • Verminderde conditie
  • Vermagering ondanks normale of zelfs overdreven eetlust
  • Braken
  • Spoelwormen soms zichtbaar in de mest
  • Bloedarmoede
  • Dunne ontlasting, diarree soms met bloed erbij.

 

 II.   LINTWORMEN of CESTODEN:

Lintworminfecties zien we gelukkig bij onze kromsnavels steeds minder. We zagen ze vooral bij importvogels.

Alle lintwormen bij vogels hebben een indirecte levenscyclus dwz vogels kunnen zich alleen besmetten door het eten van insecten welke al besmet zijn met een tussenstadia van de lintworm. Vandaar dat we ze dasn ook veel vaker zien  bij insectenetende vogels zoals de nachtegaal, beo’s etc.

Lintwormen zijn platte wormen waarvan de kop voorzien is van zuignappen en/of een hakenkrans waarmee ze zich vastmaken in de darm. Het zijn wormen welke zich voortdurend delen en aldus schakels vormen, als een lint. Deze “schakels”  zijn voor het grootste deel gevuld met eieren. Deze eieren bevatten op hun buurt weer een embryo met haakjes en zijn  omgeven door een dik kapsel, wat ze beschermd tegen uitdroging, koude, zon etc.

De “schakels” worden  regelmatig afgestoten en komen dan met de ontlasting naar buiten. We kunnen ze dan zien als kleine witte “rijstkorreltjes.

 

Ziekteverschijnselen

De heftigheid van de ziekteverschijnselen hangt af van het aantal lintwormen in de vogel. In het algemeen geven deze infecties weinig problemen. Bij een ernstige  infectie kunnen de vogels vermageren, en diarree krijgen. Ook kan de lintworm een verstopping van het darmkanaal veroorzaken met fatale gevolgen.

Behandeling

Lintwormbesmetting kan men voorkomen door uitroeiing van de tussengastheer of met medicijnen zoals  niclosamiden of praziquantel.


Welke vogels?

Hoewel we veel verschillen zien, kunnen in principe alle vogels met wormen besmet raken. Vogels in een open volière die met velen bij elkaar zitten zijn natuurlijk veel vatbaarder dan een huiskamer vogel of vogels die altijd binnen gehouden worden.

Bij papegaaien en parkieten welke als gezelschapsdier in de huiskamer gehouden worden komen besmettingen ook minder vaak voor mar toch zien we het nog regelmatig.

Vogels die vaak op de grond zitten zoals kaketoe’s, amazone papegaaien zijn weer vatbaarder dan een vogel die altijd mooi op zijn stokje zit. Het komt ook  meerdere malen voor dat jonge huiskamervogels een wormbesmetting hebben.

Ook is het bekend dat bijv. de Australische  parkieten zoals rosella’s  erg gevoelig zijn. Op hun beurt zijn jonge vogels veel kwetsbaarder dan oude vogels die vaak al een natuurlijke weerstand opgebouwd hebben.


Hoe vaak ontwormen?

We lezen en horen nog wel eens dat men 1 of 2 keer per jaar een vogel of een hele collectie vogels standaard ontwormd omdat dat in ieder geval toch geen kwaad kan . “Preventief”wordt er dan gezegd. Hier is veel discussie over en wij geloven dat het verstandiger is om te ontwormen op basis van en mest of ontlastingsonderzoek. Treft men hierin geen wormeitjes aan, is ontwormen zinloos en belast je je vogels alleen maar met een toch altijd giftig wormmiddel.

Zitten er wel wormeitjes in de ontlasting dan is een of twee keer per jaar juist vaak te weinig en moet men soms wel denken aan 5-6 keer ontwormen voordat men de infectie de baas is. Juist met een of twee keer per jaar bevorder je dan de kans op resistentie.

Daarom is het aan te raden om altijd een of twee keer per jaar de ontlasting van uw vogels na te laten kijken, niet alleen op wormeitjes maar ook op bacteriën, gisten/schimmels of oöcysten  en aan de hand van die bevindingen een passend behandel schema op te stellen.

 
Welke middelen?

Er zijn diverse middelen en mogelijkheden om uw vogels te behandelen. Het is afhankelijk van de ervaring die men heeft, het aantal vogels wat ontwormd moet worden en de omstandigheden. Zo heeft ontwormen via drinkwater bij vogels die altijd buiten zitten en kunnen drinken van regenwater of vijver weinig zin.

Betreft het één vogel dan  is het aan te raden om het te doen via een kropnaald, zo weet men zeker dat de vogel het medicijn in de juiste hoeveelheid binnen gekregen heeft.

Betreft het een groter  bestand, dan zou men gebruik kunnen maken van een middel door het voedsel/eivoer of drinkwater. Vaak moet men dit dan enkele dagen geven afhankelijk van middel en dosering.

Enkele veel gebruikte middelen zijn:

Febendazol (Panacur®)

Flubendazole

Levamisole

Ivermectine (Iverquantel®)

 

Preventie

Natuurlijk  blijft het belangrijker om preventieve maatregelen te nemen  om juist te  voorkomen dat vogels zich kunnen besmetten. Een goede maatregel hierbij is om regelmatig ontlasting na te laten kijken

Extra aandacht verdienen nieuwe vogels tijdens hun quarantaine, zeker van deze vogels altijd  een mest monster na laten kijken.

Daarnaast moet hygiëne hoog in het vaandel geschreven staan. Regelmatig je verblijven schoonmaken inclusief  vervangen van zitstokken, elke dag schoon drinkwater, schone voerplateau’s. Niet met je schoenen de ontlasting van de ene naar de andere kooi brengen, etc.