5050zoonosesDieren kunnen infectieziekten overbrengen. Een klein deel van deze infectieziekten is tevens besmettelijk voor ons als mensen. Deze groep noemen we de zoönosen.

 

Hoe loop ik een zoönose op?

Een zoönose kunt u indirect oplopen, door voeding, door recreatie in het buitengebied, door zwemmen in (stilstaand) oppervlaktewater of door het spelen in de zandbak. Maar ook via direct contact, met dieren op de kinderboerderij, of onze eigen huisdieren kunt u een zoönose oplopen.

Risicogroepen

Jonge kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en immuungecomprimmiteerden lopen vanwege een verminderd immuunsysteem meer risico om ziek te worden door een zoönose. Ook mensen die beroepshalve met dieren of dierlijke producten omgaan, lopen meer risico om een zoönose op te lopen.

 

Hoe voorkom ik een zoönose?

Algemeen: 

  • Goede hygiëne is erg belangrijk. Was altijd uw handen, met water en zeep, na contact met dieren, na tuinieren of na het buitenspelen.
  • Houd nagels van kinderen kort.
  • Dek zandbakken af.
  • Controleer uzelf goed op teken.

 

Wat betreft de dieren om u heen:

  • Ontworm honden en katten regelmatig, zeker jonge dieren. Laat ze vaccineren, bestrijd vlooien, teken en luizen.
  • Bestrijd ongedierte (muizen en ratten) in en om huis.
  • Controleer uw huisdier op teken nadat u in gebieden bent geweest waar deze veel voorkomen. Verwijder een eventuele teek zo spoedig mogelijk.
  • Vermijd contact met zieke dieren.
  • Verschoon dagelijks de kattenbak en ruim hondenpoep op.
  • Laat een dier niet in het gezicht, of aan wonden likken

 

Wat het voedsel betreft:

  • Bewaar voedsel bij de juiste temperatuur.
  • Verhit voedsel door en door, zodat het van buiten én van binnen gaar is.
  • Was rauwe groente en fruit goed met schoon water.
  • Eet geen rauw of rosé vlees, drink geen rauwe melk.
  • Neem bij inblikken of wecken uiterste hygiëne in acht.
  • Gebruik schoon keukengerei, was handdoeken, theedoeken en vaatdoeken zeer regelmatig, liefst iedere dag.
  • Goed de handen wassen vóór het bereiden van eten, maar ook tussendoor na het toebereiden van bijvoorbeeld vlees.
  • Voorkom kruisbesmetting.
  • Zorg dat de koelkast op de juiste temperatuur staat: tussen 4 en 7 graden Celsius.
  • Transporteer voedsel bij de juiste temperatuur: gekoelde waren in een koeltas.

 

Bij ziekte:

  • Mocht er ondanks de door u genomen voorzorgsmaatregelen helaas toch iemand ziek geworden zijn, raadpleeg dan de huisarts.
  • In geval van ziekte bij uw dier: raadpleeg ons als dierenarts.