Zoals voor alle dieren is ook voor reptielen de darm een belangrijk orgaan. Zonder goede darmfunctie kan geen voedsel verteerd of opgenomen worden in het lichaam. Helaas komen er veel darmaandoeningen voor bij reptielen waardoor ze snel erg ziek worden en sterven. De darmontsteking is een van de meest voorkomende darmziekten.

 

De maag en darmen bij reptielen

Reptielen zijn voor wat betreft hun voeding zeer uiteenlopend. Sommige eten uitsluitend planten, anderen zijn vooral vleeseters. Het maagdarmkanaal is bij de diverse soorten reptielen dan ook zeer verschillend gebouwd. In de maag en darmen vind de vertering van voedsel plaats door het kneden van het voer en het afscheiden van diverse verteringsenzymen en andere stoffen. In de bek komt er speeksel of zelfs gif (bij giftige slangen en hagedissen) bij de voeding waarmee de vertering reeds begint. In de maag wordt er pepsine en zoutzuur toegevoegd en wordt het voer wat verder gekneed. In de darmen wordt het vet afgebroken door gal en komen er o.a. eiwitsplitsende enzymen bij het voedsel waardoor het verder verteerd wordt. De rol van gezonde bacteriën bij de vertering (zoals bij koeien, paarden en konijnen) is nog niet geheel duidelijk.  Uiteindelijk wordt het verteerde voedsel, samen met vocht, door de darmwand opgenomen en naar het bloed getransporteerd en vervolgens verder in het lichaam verdeeld naar de diverse organen. Het deel van het voer wat niet verteerd wordt verlaat het lichaam vervolgens via de cloaca als ontlasting (faeces).

 

Darmontsteking

Als door een ontsteking de darmwand wordt aangetast gaat het snel mis. Zowel de vertering kan gestoord worden, maar ook de opname van voedsel en vocht. De dieren worden snel ziek door een tekort aan voedingsstoffen en drogen snel uit. Als tenslotte de nog verder aangetast wordt zodat de ziektekiemen, die normaal door de darmwand worden tegengehouden, door de darmwand het lichaam intrekken en via het bloed door het lichaam verspreiden (bloedvergiftiging, septichaemie) is de darmontsteking snel fataal. 

De symptomen van een darmontsteking zijn als eerst vaak stoppen met eten. Daarnaast zien we vaak braken en afwijkende ontlasting (diarree). De buik kan opgeblazen zijn. De dieren worden sloom en soms zien we ook buikkrampen. Slangen uiten dat door te kronkelen of met hun achterlichaam op hun zij te gaan liggen. Hagedissen gaan bij zeer plat op de bodem liggen, of met een bolle rug zitten. Soms duiken ze ook de waterbak in. Schildpadden worden slap in de achterpoten en soms kreunen deze dieren. Uitdroging herken je aan diepliggende ogen, de huidplooien strijken bij het oppakken niet snel weer glad (verminderde turgor) en de bek wordt erg droog.Als het zover is moet je snel naar de dierenarts.

 

Oorzaken

Een darmontsteking kan vele oorzaken hebben. We noemen hier de diverse ziektekiemen die het kunnen veroorzaken. Voor een meer specifiek verloop van de ziekte en therapie per oorzaak verwijzen we naar de informatie elders op de website.

De ziektekiemen die een maagdarmontsteking kunnen veroorzaken zijn:

  1. Bacteriën. De meest bekende bij reptielen zijn de pseudomonas en aeromonas bacterie, de E.coli en de salmonella (paratyphus).
  2. Protozoa. Dit zijn eencellige darmparasieten. Bij reptielen kennen we uit deze groep de flagellaten, de amoeben, de cryptosporidiën en de coccidiën.
  3. De wormen: er zijn diverse soorten wormen die een darmontsteking kunnen veroorzaken. Het meest geven de rondwormen (nematoda) problemen in de darm.
  4. Virussen. Bij reptielen kunnen verschillende virussen darmontstekingen veroorzaken. Op dit moment is het IBD virus erg gevreesd. Bij kameleons zien we in de darmen nogal eens een adenovirus.
  5. Schimmels en gisten. Darminfecties door schimmels of gisten zien we relatief vaak bij kameleons in de darmen en bij schildpadden in de bek. Daarnaast kan het bij alle reptielen  na een langdurige behandeling met antibiotica of bij een weerstandsvermindering.

Daarnaast kunnen darmontstekingen ook veroorzaakt worden door inname van etsende of giftige stoffen zoals bepaalde planten of lijm,verf of lakken. Ook scherpe voorwerpen kunnen de darmwand beschadigen en een ontsteking veroorzaken. Darmontstekingen door een autoimmuunreactie of een prikkelbare darm hebben we nog niet met zekerheid kunnen vast stellen.

 

Therapie

De therapie is in eerste instantie gericht op het bestrijden van de oorzaak. Welke medicijnen of behandeling daarvoor vereist zijn is afhankelijk van de oorzaak. Een juiste diagnose is vanzelfsprekend van groot belang en deze kan door een reptielendierenarts het best gesteld worden. Kijk hiervoor ook elders op deze website.

Daarnaast zijn er ondersteunde maatregelen noodzakelijk.

Allereerst moet vaak de vochtbalans hersteld worden. Dat gaat het best door een vochtinfuus in de buikholte. Hiertoe wordt 5-10% van het lichaamsgewicht als ringer’s lactaat in de buikholte geïnjecteerd. Het kan ook onderhuids of zelfs in de spieren of in de mergholte van het bot, maar dit wordt of minder goed opgenomen of is niet eenvoudig. De infuusvloeistof kan aangevuld worden met glucose, elektrolyten of zelfs mineralen of aminozuren. In milde gevallen kan een rehydratiedrank via de bek ingegeven worden (bijv OR-ace).

Soms is het nodig om het braken of de buikpijn te onderdrukken. Voor darmkrampen kun je  buscopan (1 mg /kg LG) gebruiken, tegen het braken gebruiken we metoclopramide (0.5-1 mg /kg LG). De pijn  kun je eventueel bestrijden met buprenorphine (10-20 ug per kgLG).

Je kunt de maag en darmwand beschermen met een afdekkende stof als kaoline en pectine (kaopectate).

 Bij grote beschadigingen van de maagwand kan de vertering van voedsel in verminderd zijn, waardoor het dier blijft braken. Met name bij slangen die zoogdieren eten komt dat voor. We kunnen de vertering ondersteunen met een vloeistof die we bij de prooidieren inspuiten. Deze vloeistof bestaat uit pepsine en zoutzuur.

Als de dieren erg ondervoed zijn dien je een vloeibare lichtverteerbare voeding in te geven. We gebruiken bij vleesetende reptielen hill’s a/d ui blik of covalescence support van Royal canin. Voor planteneters gebruiken we critical care, protexin fibreplex of nutrilon soya. De hoeveelheid die je dagelijks in kunt geven is 1-5 % van het lichaamsgewicht.