FELINE IMMUNODEFECIENTIE VIRUS (FIV)

Het Feline Immunodeficiëntie Virus is een virusziekte die in 1986 bij de kat werd ontdekt en veel gelijkenis vertoont met het HIV virus van de mens. Sindsdien werd er naar deze ziekte veel onderzoek gedaan. Niet alleen met het oog op de gezondheid van de kat, maar ook om AIDS bij de mens beter te begrijpen. Voor alle duidelijkheid dient gezegd dat het FIV van de kat NIET besmettelijk is voor de mens

 

 

Infectieverloop
Het FIV virus wordt vrijwel uitsluitend overgebracht via bijtwonden. Minder intensieve contacten zoals likken en snuffelen, die bij bijvoorbeeld FeLV zeer belangrijk zijn, houden weinig gevaar in. De ziekte komt dan ook meer voor bij buitenkatten, en meer bij katers dan bij poezen.

 

Na de infectie verloopt FIV in het algemeen via de volgende fases :

1. het acute stadium

Deze fase is gekenmerkt door koorts en een zwelling van de lymfeklieren. De ernst van deze fase varieert van kat tot kat en wordt lang niet bij alle dieren opgemerkt. Ze duurt tussen de 4 en de 16 weken

2. de symptoomloze fase

Gedurende enkele maanden tot jaren vertoont de kat geen enkele klinische verschijnselen en lijkt er met het dier niks aan de hand.

3. niet specifieke aandoeningen

Door de progressieve onderdrukking van het afweersysteem van de kat is deze gevoeliger voor allerlei infecties. Dikwijls ziet men chronische of wederkerende ontstekingen van de mondholte, bindvliesontsteking, infecties van de voorste luchtwegen en chronische diarree. Meestal worden katten in dit stadium voor het eerst bij de dierenarts aangeboden. De symptomen verergeren in een periode van maanden tot jaren.

4. AIDS

Een deel van de FIV katten ontwikkelt uiteindelijk een eindfase vergelijkbaar met de eindfase van AIDS bij de mens : sterke vermagering en een volledige ondermijning van het afweersysteem, waarbij een gewone infectie, die elke gezonde kat de kop zou moeten kunnen indrukken, de dood van het dier kan betekenen.

 

Diagnose
De diagnose van FIV gebeurt in de praktijk door het opsporen van antistoffen tegen het FIV virus in het bloed. Omdat een kat er nooit in slaagt een infectie met FIV de kop in te drukken, betekent een positieve uitslag dat het dier levenslang drager en dus uitscheider van het virus zal zijn. De test is echter niet voor 100% betrouwbaar. Andere diagnosemogelijkheden bestaan wel maar zijn voor praktijkomstandigheden te omslachtig.

Behandeling / Bestrijding
Een specifieke behandeling tegen het FIV virus bestaat niet. Besmette dieren kunnen enkel geholpen worden door het behandelen van de secundaire infecties waarmee ze door hun gedaalde afweer te maken krijgen. Uiteindelijk gaat elke met FIV besmette kat dood.

Om verdere verspreiding van deze ziekte tegen te gaan wordt eigenaars van FIV besmette dieren aangeraden deze katten binnen te houden en eventueel castratie (om paringen en territoriaal vechten te voorkomen). Uit studies blijkt dat in Nederland FIV voorkomt bij ongeveer 1% van de gezonde katten, en bij 6 tot 8 % van de zieke katten.

 

Een vaccin tegen FIV is niet voorhanden.