Brachycefaal Obstructief Syndroom BOS


Wat is BOS?

BOS ofwel Brachycefaal Obstructief Syndroom is een complex van afwijkingen die regelmatig voorkomt bij kortsnuitige  (brachycefale) rassen. Door de relatief korte bovenkaak kunnen deze honden problemen met de ademhaling krijgen ten gevolge van:

  • Te nauwe neusopening
  • Te lang of te dik zacht gehemelte
  • Vergrote amandelen
  • Afwijkende bouw van het  strottenhoofd
  • Te smalle luchtpijp

 De afwijkingen kunnen allemaal tegelijk bij één dier voorkomen, maar dat hoeft niet. Ook niet elk dier heeft daadwerkelijk last van deze afwijkingen.

 

Welke honden krijgen BOS?

De bekendste kortsnuitige rassen  zijn de Franse en de Engelse Bulldog, maar ook de Boxer, Mopshond, Boston terriër, Pekingees en andere rassen kunnen last hebben van BOS gerelateerde klachten.

 

Hoe wordt BOS gediagnosticeerd?

Natuurlijk zijn we bij de voornoemde rassen extra attent. Met name bij klachten als

  • Bijgeluiden bij de ademhaling (snurken/snuiven)
  • Benauwdheid bij opwinding, inspanning of warm weer
  • Hoesten, kokhalzen

De symptomen variëren in ernst, maar de meeste kortsnuitige rassen hebben wel één van de hiervoor genoemde symptomen. En ook al zien veel mensen het snurken als schattig, de hond kan hierdoor flink moeite hebben met ademen, helemaal als het warm is of hij/zij actiever is. Gelukkig zijn er genoeg dieren die probleemloos leven, maar als uw hond last lijkt te hebben is het verstandig om onder een lichte verdoving naar het keelgebied te kijken en een röntgenfoto van de borstkas te maken.


Wat is de behandeling van BOS?

Bij milde gevallen geeft alleen het chirurgisch ruimer maken van de neusopening al heel veel ‘lucht’ . Dit is een relatief eenvoudige ingreep waarbij eigenlijk een neuscorrectie gedaan wordt. Zijn de symptomen ernstiger (hoesten, kokhalzen, flauw vallen), dan moeten we verder kijken. Naast de correctie van de neusvleugels moeten dan vaak de amandelen verwijderd worden en/of het zachte gehemelte  ingekort. Aan de luchtpijp kunnen we helaas nog  weinig veranderen. In de toekomst komt hier mogelijk verandering in omdat er onderzoek wordt gedaan naar het gebruik van zogenaamde stents.


Waar moet je extra op letten?

  • Warmte. Honden kunnen hun overtollige warmte alleen kwijt via de luchtwegen. Door het hijgen (panting) verliezen ze via de tong, maar juist ook door de neus warmte. Bij brachycephale honden is dit mechanisme veel slechter ontwikkeld, waardoor ze sneller oververhit raken. De keel gaat hierbij nog meer zwellen, met als gevolg meer benauwdheid en nog slechtere warmte afvoer. Hierdoor kan een zuurstoftekort optreden en oververhitting met soms fatale afloop. Zorg dus dat een kortsnuitige hond bij warm weer altijd verkoeling kan vinden (kinderbadje om te pootje baden bijvoorbeeld).
  • Overgewicht leidt tot een verergering van de symptomen.
  • Narcose of sedatie is bij kortsnuitige rassen altijd iets risicovoller. Ook bij kleine ingrepen moeten deze honden bij voorkeur een tracheo-tube en extra zuurstof krijgen. Samen met onze bewaking en andere speciale voorzorgen die wij nemen bij de anesthesie van deze dieren wordt dit risico sterk verminderd.