Giardia IntestinalisGiardia is een parasiet die meestal problemen geeft in het maag-darmstelsel. We zien de laatste jaren steeds vaker infecties met Giardia voorkomen. Naast medicijnen is het voor de behandeling belangrijk om ook andere maatregelen toe te passen. In deze informatiebrochure lichten we deze maatregelen toe.

Infectie

Giardia is een flagellaat. Dit is een voor het oog niet zichtbaar zweepdiertje dat zich in de wand van de dunne of soms dikke darm kan huishouden. Giardia infecties komen met name voor bij de hond en in mindere mate bij de kat, maar het kan ook bij herkauwers, paarden en varkens voorkomen. Buiten het lichaam vormt Giardia met name in oppervlaktewater cysten (een soort eitjes) die maandenlang voor besmetting kunnen zorgen. De besmetting kan voorkomen door contact met besmet oppervlaktewater of ontlasting van besmette dieren. Echter kan de Giardia ook in de vacht van besmette dieren zitten wat ook voor besmetting zorgen (of voor herbesmetting van uw eigen huisdier).

Verschijnselen

Meestal hebben huisdieren last van acute diarree, die van mild tot ernstig kan verlopen. Braken en slijm bij de ontlasting of wisselende ontlasting kunnen ook voorkomen. Uw huisdier kan ook Giardia bij zich dragen zonder daar last van te hebben!

Behandeling

Bij de behandeling zal uw dierenarts medicatie voorschrijven tegen de Giardia parasiet. Er zijn daarnaast een aantal richtlijnen die u in acht moet nemen:

  1. Behandel uw dier zoals uw dierenarts heeft voorgeschreven.
  2. Was de kleedjes van uw hond of kat op de laatste dag van de kuur (of elke dag, min. 70 graden).
  3. Was uw hond of kat op de laatste dag van de kuur (met een neutrale shampoo).
  4. Ruim alle ontlasting van uw hond of kat op. NB: Uw huisdier kan u besmetten, maar ook andere dieren! Test dus alle dieren in huis op deze parasiet.
  5. Knip de haren rondom de anus kort zodat er geen ontlasting aan blijft zitten.
  6. Neem uw eigen hygiëne in acht. Was bij contact met uw huisdier goed uw handen ontsmet deze.
  7. Denk bij het reinigen ook aan de volgende items: de auto waarin u uw hond vervoert, de speeltjes van de hond of kat, riem en halsband en mensen en dieren bij de uitlaatservice.
  8. U kunt de omgeving het beste reinigen met stoom, chloor, ammoniumzouten of heet water.
  9. Het controleren van de ontlasting is alleen nodig indien uw huisdier nog klachten heeft na de behandeling of als er personen of dieren in de omgeving van uw huisdier wonen met een verminderde weerstand.
  10. Controle van de ontlasting is in het algemeen 3 weken na de behandeling mogelijk.