Mijten als één van de oorzaken van atopie?

Mijten vormen een belangrijke groep oorzakelijke omgevingsallergenen in het ontstaan van atopie – een allergische aandoening – bij hond en kat.  Na herhaaldelijk contact van mijten en hun uitwerpselen met de huid, kan – bij dieren met een erfelijke overgevoeligheid en een gevoelige huid – het afweersysteem deze als een vijand gaan zien en er bij een volgend contact allergisch op reageren. Het afweersysteem gaat over tot de productie van stoffen die leiden tot een ontstekingsreactie van de huid en het optreden van jeuk.

 

Wat zijn mijten?

Mijten zijn kleine diertjes, die behoren tot de klasse Arachnida (spinachtigen), waar tevens schorpioenen en spinnen toe behoren. Met het blote oog zijn ze niet tot nauwelijks zichtbaar; een huisstofmijt is bijvoorbeeld maar 0,2 millimeter groot. Momenteel zijn er zo’n 40.000 verschillende soorten mijten in kaart gebracht. Ze kunnen grofweg in 2 hoofdgroepen worden onderverdeeld: de pyroglyphidae mijten (=huisstofmijten) en de niet-pyroglyphidae mijten (=voorraadmijten). Zie onderstaande tabel voor een overzicht van de belangrijkste mijtenfamilies en de soorten die daartoe behoren.

Familie Geslacht Soort Nederlands
Pyroglyphidae 

(allen huisstofmijten)

Dermatophagoides Dermotophagoides pteronyssinus
Dermatophagoides farinae
HuisstofmijtFarinaemijt
Euoglyphus Euroglyphus maynei  
Glycyphagidae 

(allen voorraadmijten)

Glycyphagus Glycyphagus domesticus  
Lepidoglyphus Lepidoglyphus destructor Hooimijt
Blomia Blomia kulagini
Blomia tropicalis
 
Acaridae 

(allen voorraadmijten)

Acarus Acarus siro
Acarus farris
Meelmijt
Tyrophagus Tyrophagus putrescentiae
Tyrophagus longior
Copramijt

 
Waar komen mijten voor?

De huisstofmijten zijn – mede vanwege het veroorzaken van allergieproblemen bij de mens – de meest bekende groep. Deze mijten komen dan ook het meest frequent in de omgeving voor.

Voor dieren blijken naast de huisstofmijten echter ook de voorraadmijten belangrijke allergenen te vormen.

Voor zowel huisstof- als voorraadmijten vormen schimmels een belangrijke voedselbron. Dit betekent dat voor beiden de optimale leefcondities gelijk zijn aan die voor de optimale groeiomstandigheden van schimmels: een warme (tussen 25-30˚C) en vochtige (met 80% luchtvochtigheid als optimum; vandaar dat de symptomen van een mijtallergie in het najaar toenemen) omgeving. Daarnaast schuwen ze licht. Naast schimmels, voeden mijten zich ook met andere zaken, als: graan, meel, stro, hooi, gist, kaas, gedroogde vis, fruit en huidschilfers.  Dit betekent dat mijten dus o.a. voorkomen in warme, vochtige, slecht geventileerde huizen (matrassen/kussens, gordijnen, vloerbedekking, stoffen meubels) als ook in opslagplaatsen en boerenschuren. In afwijking op bovenstaande gedijt de meelmijt echter ook bij lage temperaturen (5°C met 67,5% luchtvochtigheid). Ook droogvoer van honden en katten kan mijten bevatten. Onderzoek heeft echter niet kunnen aantonen dat bijv. het nat maken van voer blootstelling aan mijt-allergenen zou verminderen.

Hoe kan het contact met mijten worden verminderd?

De behandeling van atopie bestaat o.a. uit het aanpakken van de ontstaansoorzaak van de betreffende atopie. Eén van de stappen uit het behandelplan is het vermijden van de allergenen waarvoor het dier allergisch is. Gezien bovenstaande zou een verminderde blootstelling van een dier aan mijten theoretisch bereikt kunnen worden door voorraadschuren te mijden en in huis:

  •  gebruik te maken van gladde vloeren zonder kieren;
  • stoffen meubels en gordijnen zoveel mogelijk te beperken;
  • het dier te laten liggen op een hypoallergeen (anti-mijt)bed (hoes wekelijks wassen bij temp. boven 60˚C);
  • een zeer goede stofzuiger in te zetten;
  • goed te ventileren.

Daarnaast blijft de meeste effectieve behandeling natuurlijk het inzetten van de Artuvetrin® allergeen-specifieke immunotherapie (ASIT) c.q. hyposensibilisatie. De Artuvetrin® Serum Test neemt standaard de Huisstofmijt, Farinaemijt, Hooimijt, Meelmijt en Copramijt mee in de bepaling.