Een plaskater is een kater (al dan niet gecastreerd) met een deels of geheel verstopte plasbuis.

Een dergelijke situatie is levensbedreigend en moet zo snel mogelijk worden verholpen. De verstopping ontstaat door blaasgruis of door plasbuis “pluggen”. Deze pluggen bestaan uit mineralen, celletjes en celafval welke weer kunnen ontstaan door  virussen, bacteriën, inactiviteit, stress en andere oorzaken.

 

De symptomen
Bij katten komen regelmatig problemen voor aan de lagere urinewegen (blaas en/of plasbuis). Deze katten (met blaas of plasbuis problemen) vertonen dezelfde symptomen maar met verschillende intensiteit. Persen op de bak, langdurig en regelmatig proberen te plassen met weinig resultaat waarbij klaaglijk gemiauwd wordt, ze likken regelmatig bij de plasopening en kunnen plassen op ongewenste plekken (dekbedden, schoenen, bank). Een enkele keer wordt er ook bloed bij de urine gezien. De plaskater vertoont in eerste instantie symptomen zoals boven beschreven. Wanneer de verstopping niet wordt opgeheven worden de klachten erger. De kat wordt slomer gaat klagelijk schreeuwen en is pijnlijk bij het oppakken. Uiteindelijk eet de kat niet meer en trekt zich helemaal terug. In deze situatie moet hij zo snel mogelijk worden geholpen. Wanneer de verstopping niet wordt opgeheven raakt de kat in coma en kan sterven.

 

Behandeling
De behandeling bestaat in eerste instantie uit het zo snel mogelijk opheffen van de blokkade door te katheteriseren. Soms is punctie van de blaas noodzakelijk om de nieren zo snel mogelijk te ontlasten. Door de verstopping hebben de nieren hun werk tijdelijk niet kunnen doen waardoor gifstoffen zich in het bloed hebben opgehoopt. Infusen moeten ervoor zorgen dat gifstoffen uit het bloed worden gefilterd. Door middel van bloedonderzoek wordt er gekeken hoe ernstig de nieren schade hebben opgelopen. Bloedonderzoek kan ook aangeven welke infusen gebruikt moeten worden voor de behandeling. De urine van de kat wordt nagekeken op blaasgruis en plugmateriaal. Indien nodig wordt de kat op dieet gezet. Zodra de kat weer eet en drinkt en de bloedwaardes zijn genormaliseerd wordt het infuus verwijderd. De geplaatste katheter wordt verwijderd zodra de urine weer helder is geworden. Uw kat krijgt antibioticum ter bestrijding van blaasinfectie en een pijnstiller voor het ongerief.

Complicaties
Complicaties die kunnen optreden als gevolg van de verstopping zijn braken, nierschade, blaasverlamming en urine-incontinentie. Er is een duidelijke relatie tussen de complicaties en de duur van de verstopping. Hoe eerder het probleem is verholpen, hoe kleiner de kans op deze complicaties.

Opname
Duur van de opname varieert van enkele dagen tot enkele weken, afhankelijk van de ernst van de verstopping en de toestand waarin de kat werd binnengebracht. De eerste weken na thuiskomst zijn vaak zorgelijk omdat terugval in deze periode het meest voorkomt. De kat moet dan goed in de gaten worden gehouden. Katten die regelmatig problemen van verstopping ondervinden ondanks diëten en de juiste medische behandeling kunnen eventueel worden geholpen door operatie. Door deze operatie, ook wel penisamputatie genoemd, wordt de plasopening vergroot waardoor verstopping niet meer zo snel zal optreden.

Nazorg
Het voorkomen van problemen is de aanpak bij thuiskomst. Sommige katten moeten levenslang dieetvoer eten, bijvoorbeeld na constateren van blaasgruis in de urine. Dieetvoeding zorgt voor een verandering van de zuurgraad in de urine waardoor geen gruis meer kan neerslaan. Bedenk dat alle extra’s zoals catmilk, kattensnoepjes, kaas en andere tussendoortjes deze zuurgraadverandering kunnen tegengaan waardoor de resultaten van het dieet tenietgedaan worden. Succes van de nabehandeling bij blaasgruis staat of valt met hoe trouw het  dieet gevolgd wordt!

 

Tips voor de voeding van plaskaters:
1. Indien dieetvoer is geadviseerd: Houdt u daar strikt aan. Dwz; geen andere voeding, snoepjes of catmilk.

2. Voer vaker kleine maaltijden of voer brokjes waar de kat de hele dag door aan kan knabbelen. (katten die de hele dag kleine beetjes eten hebben door verzuring van de urine minder kans op blaasgruis)

3. Zorg voor schoon, fris water. Hoe meer de kat drinkt en dus ook plast, hoe beter. Denk hierbij ook aan een kattenfontein waardoor katten duidelijk meer gaan drinken (verkrijgbaar op onze klinieken).

4. Zorg altijd voor een schone kattenbak zodat de  kat ‘uitgenodigd” wordt om te plassen (wanneer een kat de plas probeert op te houden vergroot dit de kans op het ontstaan van pluggen).

5.Overweeg om uitsluitend blikvoer te voeren. Katten die blikvoer eten nemen meer vocht op (en plassen en drinken dus meer).